“Zullen we een tandemsprong gaan maken?” Mijn vriend vroeg het me met de verwachting dat ik “nee” zou zeggen.

Ik ben meestal het afwachtend type namelijk en niet zo’n durfal. Dat zat er vroeger als kind al in. Tijdens Koninginnedag altijd als laatste starten bij het zaklopen; mijn vinger in de klas opsteken alleen als ik dacht dat het op zou vallen wanneer ik het te lang níet deed óf als ik heel zeker was dat het antwoord in mijn hoofd juist was; wachten tot op het allerlaatste moment met het nemen van een lastige beslissing en meer van dat soort voorbeelden. Voer voor psychologen? Vast.

“Een tandemsprong? Wat bedoel je precies?”

“Aan zo’n parachute…hoe heet dat ook weer”

“Paragliden?”

“Ja, dat.”

“Oké, da’s goed,” hoor ik mezelf zeggen. “Wanneer?”

“Nou eh…morgen?”

“Is goed, als het zo snel kan tenminste.” (de regelaar in mij is altijd aan het vooruitdenken)

Ik weet het nog goed. We zijn tien dagen in de sneeuw in Vercorin, Zwitserland. Ik had voor de eerste keer op ski’s gestaan en voor een beginner met maar twee halve dagen skiles achter de kiezen kon ik zelfstandig de blauw-rode berg af komen én het navertellen. Ik had het stiekem nog leuk gevonden ook, op een paar zwart-uitziende hellingen na die in werkelijkheid rood bleken. Die heb ik toen toch maar op mijn hurken getackeld 😉

Het moment van de afsprong was daar. Mijn hart bonsde in mijn keel. Ik kreeg een beeld voor ogen dat ik struikelde over een uitstekende besneeuwde graspol tijdens de aanloop, en dat de piloot over me heen zou vallen en we vervolgens samen de afgrond in zouden storten. Oh sh..

Zo ging het niet natuurlijk. De aanloop vond ik wel eng. Met een extra paar rennende benen in je kielzog is het best een kunst om het op een lopen te zetten. De grond was ineens weg onder mijn voeten en ik werd gedragen en meteen daarna opgetild. Hoger en hoger. De stilte slechts doorbroken door de aritmische hoge tonen van de hoogtemeter.

Zodra het contact met de vaste grond wegviel was er totale overgave. En meteen er achteraan het geruststellende gevoel van gedragen worden, letterlijk, door de elementen. Als vanzelf alsmaar hoger klimmen, in perfecte cirkeltjes, op de termiek. Geen angst meer, geen “Wat nou als..”, alleen verwondering. Koele, schone lucht, zon, prachtige uitzichten, twee gemsen op de rotsen…

Die ervaring leerde me om eens wat vaker “ja” te zeggen tegen iets waar ik anders snel “nee” tegen zou zeggen. Daar is soms wat moed voor nodig. Vaak zien we van tevoren beren op de weg (die we zelf bedenken) en pakt een situatie in werkelijkheid heel anders uit. Als je dan toch doorzet ben je niet alleen een mooie ervaring rijker, het is voor jezelf ook een prachtig groeimoment.

Hoe zou het voor je zijn als je stappen zet om met meer zelfvertrouwen het leven te gaan leven dat voor jou is weggelegd?

Lees ook over de prachtige quote van de Romeinse filosoof Seneca die mooi aansluit op bovenstaande ervaring.